Voormalige Voor-Oostenrijkse muntfabriek, tegenwoordig raadhuis

Voormalige Voor-Oostenrijkse muntfabriek, tegenwoordig raadhuis

Günzburg werd in 1764 uitgekozen als vestigingsplek voor een Habsburgse muntfabriek. Belangrijke factoren voor deze beslissing waren de gunstige ligging in het verkeers- en nieuwsnetwerk van die tijd, de aanwezigheid van de waterkracht van de Günz en de zijrivier en de nabijheid van Augsburg van waaruit men aan het benodigde metaal voor munten kwam. Op de begane grond van het door Joseph Dossenberger ontworpen en in 1767 voltooide gebouw stonden in een grote zaal vier zogenaamde spindelpersen. Daarop werden overwegend zilveren munten geslagen. In de bovenste etages was de directie ondergebracht. De munt die het langst in de totale geschiedenis van het geld geldig was, werd eveneens hier geproduceerd: de Maria-Theresia-daalder. Dit was tot 1945 nog een wettelijk geldig betaalmiddel in Ethiopië. Dat lag vooral aan het feit dat het muntgewicht van 23,389 gram en het gehalte (833,333) nooit werden veranderd.
Koperen munten werden in een tweede muntfabriek geproduceerd die samen met een grofsmederij en een bedrijf dat zilver omsmelt buiten de stadsmuur stond. Het einde van het munten kwam in oktober 1805 toen Franse troepen Günzburg bezetten en de stad kort daarna Beiers werd. Al sinds 1809 dient het muntgebouw als raadhuis. Talrijke ombouwmaatregelen hebben de binnenkant sterk veranderd.

Google Maps